Naar de inhoud

/7, RS en RT – de klassieke tweeklepper-airheads (1976–1996)

BMW R100RS

De R100RS is volgens BMW de eerste serie-motorfiets ter wereld met een volledige, aan het frame bevestigde kuip, ontwikkeld in de windtunnel. Er zijn twee generaties: de twinshock (1976–1984, 70 pk) en de monolever (1986–1992, 60 pk). Het is een van de bekendste en meest gezochte klassieke BMW's.

Bijgewerkt 3 oktober 2026

Specificaties R100RS

Bouwjaren
1976–1992
Cilinderinhoud
980 cc
Vermogen
70 / 60 (mono) pk
Motor
Tweecilinder boxer, luchtgekoeld, ohv (2 kleppen/cil.)
Generaties
twinshock 1976–1984, monolever 1986–1992

Vermogen volgens fabrieksopgave; per markt en bouwjaar kan dit afwijken.

Marktwaarde R100RS

€ 4.912instapniveau Duitsland (p25, 18 advertenties)

Vraagprijzen van complete motoren op Marktplaats en Kleinanzeigen, automatisch verzameld en ververst (stand 5 oktober 2026). Vraagprijs is geen verkoopprijs; staat en historie maken het verschil. Alle modellen vergelijken.

Geschiedenis van de R100RS

De R100RS was in 1976 de blikvanger van de IFMA in Keulen. BMW Classic noemt hem de eerste serie-motorfiets ter wereld met een volledige kuip in serie, die bovendien aerodynamisch was geoptimaliseerd. BMW zelf schrijft in een persbericht dat het een kuip was die aan het frame zit en in de windtunnel is ontwikkeld. De bescherming tegen wind en weer maakte hoge gemiddelde snelheden op de snelweg mogelijk in een ontspannen zithouding.

De letters RS stonden oorspronkelijk voor Rennsport, maar al snel sprak BMW over Reisesport (toersport). Dat zegt veel over het karakter: een snelle toerder, geen racemotor. Motorrad Online noemt september 1976 in Murnau als presentatiemoment, BMW Classic de IFMA. Dat sluit elkaar niet uit: waarschijnlijk ging het om een persvoorstelling en een publiek beursdebuut, maar dat staat nergens expliciet.

Wie de kuip ontwierp, is onzeker. De Duitse Wikipedia en Motorrad Online noemen Hans A. Muth; BMW Classic schrijft dat Pininfarina de kuip aerodynamisch verfijnde. Deze pagina volgt de neutrale lijn: ontwikkeld in de windtunnel. De kuip weegt 9,5 kg.

In 1984 stopte BMW tijdelijk met de grote boxers ten gunste van de K75 en K100. Voor die tijd verscheen nog de R100RS Classic 500, gelimiteerd op 500 stuks. De K-modellen waren voor liefhebbers van de grote boxer geen echt alternatief, vooral in de Verenigde Staten en Japan klonk de roep om terugkeer. Op de IFMA van 1986 toonde BMW daarom opnieuw een R100RS. Hij was bedoeld als beperkte serie van 1.000 stuks, maar kwam door de vraag terug in het programma. Over het einde schrijven bronnen verschillend: 1992 volgens BMW Classic en Bimmerarchiv, 1989 volgens Motorrad Online.

Techniek

Beide generaties hebben een luchtgekoelde tweecilinder boxer van 980 cc met stoterstangen en twee kleppen per cilinder. De aandrijving loopt via een koppeling en vijfversnellingsbak naar een cardanas. Standaard zit er vanaf 1978 een oliekoeler op, zoals bij de R100S en de R100RT. De carburatie bestaat volgens de Duitse Wikipedia uit Bing-CV-carburateurs van 40 mm.

In de loop der jaren veranderde er veel in detail. In 1978 kwamen de snowflake-gietwielen en een achterschijfrem. Tot ongeveer 1980 zaten ATE-zwenkzadels op de voorrem; vanaf 1981 Brembo-zadels. De ontsteking ging van contactpunten naar een Hall-sensor rond 1980/81, en vanaf de modellen van september 1980 kregen de cilinders een Nikasil-laag. De achterschijf verdween later weer: de monolever-RS heeft een trommel. Voor de overstap bij de grote modellen noemen bronnen 1985 of 1986. Voor uitleg over twinshock, monolever en Paralever: zie de familiepagina.

Twee generaties: twinshock en monolever

Twinshock (1976–1984). Twee veerpoten achter, 70 pk bij 7.250 tpm, topsnelheid 200 km/h. Dit is de oorspronkelijke RS en daarmee de herkenbare windtunnelmotor. Na de introductie volgden verbeteringen, zoals de achterschijf en gietwielen van 1978. De jaren 1981–1984 vallen in de risicoperiode voor de klepzittingen, die bij R100’s het zwaarst is.

Monolever (1986–1992). Het achterwiel hangt aan één zijde aan een schommel met één veerpoot. Het vermogen is lager, 60 pk bij 6.500 tpm, en de topsnelheid is 185 km/h. Volgens Bimmerarchiv heeft hij 18-inch wielen, een enkele voorschijf van 285 mm, een trommelrem achter, een tank van 22 liter en een compressieverhouding van 8,45:1. Het gewicht is 229 kg. De Duitse Wikipedia noemt 6.081 stuks, gekoppeld aan 1986–1989, en meldt dat de laatste 200 in 1992 uit restvoorraad zijn gebouwd; BMW Classic en Bimmerarchiv noemen als productieperiode 1986–1992. Van de twinshock zijn volgens dezelfde bron 33.648 stuks gebouwd.

Het onderscheid is belangrijk bij de koop. De twinshock biedt het volle vermogen en de oorspronkelijke look. Bij de monolever liggen de risicojaren voor de klepzittingen achter je, al zijn niet alle bronnen het erover eens dat de geharde zittingen het probleem helemaal oplossen. Daar staat een lager vermogen en een duurdere eindaandrijving bij lagerslijtage tegenover.

De R100RS vandaag: rijden, onderhoud en onderdelen

Een R100RS is een snelle langeafstandsmotor: de kuip is gemaakt voor hoge gemiddelde snelheden op de snelweg. Onderhoud draait om kleppen, ontsteking, remmen en het smeren van de spieën van de ingaande as.

Het diodebord krijgt het in een gekuipte R100 warm. De 800cc-modellen, zoals de R80/7 en de R80RT, hadden volgens Snowbum minder last van de zittingproblemen dan de R100. Voor wie vooral wil toeren, is de R100RT een logisch alternatief, met een grotere kuip en een hogere, verstelbare ruit.

Kopen: waar let je op?

Kies eerst de generatie. Bij de twinshock bepaalt het bouwjaar het risico voor de klepzittingen: 1976–1980 gietijzer, 1981–1984 risico, daarna geharde zittingen. Bij de monolever let je op de eindaandrijving, vooral bij de vroegste jaren.

Vraag altijd naar de koppen en het onderhoud. Let op de kuip: scheuren, zwakke bevestigingen of een niet-originele ruit zijn voor de waarde en rijbeleving van belang. Omdat motoren en onderstellen in deze familie compatibel zijn, komen er ombouwen voor; controleer frame- en motornummer. Voor de actuele marktwaarde: zie het marktblok op deze pagina of de marktwaardepagina.

Herkenningspunten

  • Windtunnelkuip van 9,5 kg die aan het frame zit en niet aan het stuur: de kuip draait dus niet mee
  • Twinshock (1976–1984): 70 pk bij 7.250 tpm, topsnelheid 200 km/h, Bing-CV-carburateurs van 40 mm
  • Monolever (1986–1992): 60 pk bij 6.500 tpm, topsnelheid 185 km/h, enkelzijdige achterschommel
  • Monolever met 18-inch wielen en een enkele voorschijf van 285 mm (opgave Bimmerarchiv)
  • Originele kleur van de eerste modellen: bluish zilvermetallic, volgens BMW Classic
  • Twinshock met achterschijfrem vanaf 1978, monolever met trommelrem achter

Zwakke punten van de R100RS

  • aandacht: hoogKlepzittingen bij loodvrije benzine (vooral 1981–1984)Gietijzeren zittingen van vóór 1980 slijten zonder lood. Het nieuwe materiaal van 1980/81 gaf vooral bij R100's problemen: de klep vervormt en zakt in de zitting. 1981 tot 1984 zijn de risicojaren. Eerste symptoom is een klepspeling die snel dichtloopt, vooral aan de uitlaatzijde. Bronnen zijn het niet eens over het omslagpunt naar geharde zittingen (eind 1984 of 1985). bron
  • aandacht: middelSnowflake-gietwielen (vanaf 1978)Bij de eerste gietwielen kwamen spaakbreuken aan het voorwiel voor. BMW haalde de wielen terug en verving ze door een versterkte uitvoering; volgens Snowbum betrof de actie alleen de 19-inch maat. Controleer op scheurtjes en vraag of het een versterkt wiel is. bron
  • aandacht: middelDiodebord en warmte van de kuipHet diodebord faalt meestal door losgekomen soldeerverbindingen van de zes vermogensdiodes, vooral bij gekuipte modellen en R100's door de extra warmte. De spanning zakt flink weg als je het grootlicht aanzet. bron
  • aandacht: middelRemcilinders en zwenkzadels (twinshock)Vroege RS-modellen hadden onderdimensioneerde hoofdremcilinders. Tot ongeveer 1980 zitten er ATE-zwenkzadels op die juist afgesteld moeten zijn; vanaf 1981 Brembo-zadels met vaste klauw. Vastzittende zuigers door vochtige remvloeistof komen voor. bron
  • aandacht: middelKoppeling van 1981 en spieën ingaande asDe eenmalige koppeling van modeljaar 1981 stond volgens Snowbum bekend als zwak: zachte spieën op de plaat beschadigden de ingaande as. Los daarvan moeten de spieën periodiek gesmeerd worden; droog lopen geeft roest en slijtage. bron
  • aandacht: middelEindaandrijving van de vroege monoleversVolgens Snowbum waren enkele monolever-eindaandrijvingen uit 1983–1987 niet goed gemaakt en vielen ze vroeg uit; sommige hadden afdichtmiddel in plaats van een papieren pakking. Lagerslijtage is duurder te herstellen dan bij een twinshock. Test de speling aan het achterwiel. bron
  • aandacht: middelTimingketting en achterste krukaspakkingGeratel bij stationair toerental of metaalschilfers in het oliefilter wijzen op een versleten ketting of spanner. Olie bij de flens tussen motor en versnellingsbak wijst op de achterste krukaspakking. bron

Checklist bij een bezichtiging

  1. Bepaal eerst de generatie: twinshock (twee veerpoten) of monolever (enkelzijdige schommel).
  2. Controleer frame- en motornummer en vergelijk ze met de papieren.
  3. Vraag wanneer de kleppen voor het laatst zijn gesteld en of de koppen zijn gereviseerd.
  4. Kijk of het voorwiel scheurtjes heeft en of het een versterkt gietwiel is (twinshock).
  5. Zet het grootlicht aan: de spanning mag niet wegzakken.
  6. Test de voorrem op gelijkmatige werking en vastzittende zuigers.
  7. Controleer de speling aan het achterwiel en luister naar de eindaandrijving (monolever).
  8. Kijk naar olie bij de flens tussen motorblok en versnellingsbak.
  9. Controleer of de kuip, de ruit en de bevestigingen compleet en onbeschadigd zijn.
  10. Vraag naar het serviceboekje en naar bewijs dat de spieën van de ingaande as gesmeerd zijn.

Veelgestelde vragen

Wat is een BMW R100RS waard?

Dat hangt af van generatie, conditie, originaliteit en historie. Het live marktblok op deze pagina toont actuele advertenties in Nederland en Duitsland; zie ook de marktwaardepagina.

Wie ontwierp de kuip van de R100RS?

Bronnen verschillen. De Duitse Wikipedia en Motorrad Online noemen Hans A. Muth. BMW Classic schrijft dat de kuip door Pininfarina aerodynamisch is verfijnd, en motorradundreisen.de zegt dat Pininfarina hem ontwierp en in de windtunnel testte. Wie precies waarvoor verantwoordelijk was, is op basis van deze bronnen niet vast te stellen. Zeker is dat de kuip in de windtunnel is ontwikkeld.

Twinshock of monolever: welke R100RS kies je?

De twinshock (1976–1984) heeft 70 pk en een topsnelheid van 200 km/h. De monolever (1986–1992) heeft 60 pk en 185 km/h, 18-inch wielen en een trommelrem achter. Qua klepzittingen valt de monolever na de risicojaren; bij de eindaandrijving zijn de vroege monolevers juist een punt van aandacht.

Hoeveel pk heeft een R100RS?

De twinshock heeft 70 pk (51 kW) bij 7.250 tpm, de monolever 60 pk (44 kW) bij 6.500 tpm.

Wanneer is de monolever-R100RS uit productie gegaan?

BMW Classic en Bimmerarchiv noemen 1992. Motorrad Online noemt 1989. Volgens de Duitse Wikipedia zijn de laatste 200 stuks in 1992 uit restvoorraad gebouwd.

Verwante modellen

Kopen of verkopen?

Wil je een R100RS verkopen of zoek je er een? De Boxerschuur volgt het aanbod in Nederland en Duitsland dagelijks.

Motor verkopen Laten zoeken

Bronnen