Specificaties R100RT
- Bouwjaren
- 1978–1996
- Cilinderinhoud
- 980 cc
- Vermogen
- 70 / 60 (mono) pk
- Motor
- Tweecilinder boxer, luchtgekoeld, ohv (2 kleppen/cil.)
- Generaties
- twinshock 1978–1984, monolever 1987–1996
Vermogen volgens fabrieksopgave; per markt en bouwjaar kan dit afwijken.
Marktwaarde R100RT
Vraagprijzen van complete motoren op Marktplaats en Kleinanzeigen, automatisch verzameld en ververst (stand 5 oktober 2026). Vraagprijs is geen verkoopprijs; staat en historie maken het verschil. Alle modellen vergelijken.
Geschiedenis van de R100RT
BMW introduceerde de R100RT in 1978. Volgens BMW Classic was dit het begin van het succesverhaal van de BMW-toermotor. De grote kuip had een hogere ruit die je naar je eigen zithouding kon instellen, met luchtopeningen om verse lucht achter de kuip te leiden. Achter het zadel zat een bagagerek, en er waren koffersteunen. Daarom kreeg het model de letters RT: Reisetourer. In de Verenigde Staten werd hij vanaf 1979 verkocht.
De RT was de toerversie naast de sportieve R100RS en kreeg net als de RS en de R100S vanaf 1978 een oliekoeler. In 1982 kwam de R80RT, een afgeslankte R100RT met 800cc-motor. Eind 1984 stopte de productie van de grote boxers tijdelijk ten gunste van de K75 en K100.
Die pauze duurde niet lang. Nadat de herlancering van de R100RS in 1986 sterker bleek dan verwacht, besloot BMW in 1987 ook de R100RT terug te brengen. Het concept van de RS werd overgenomen: een herziene 1000cc-motor en het onderstel met monolever. Bij het afscheid van de tweekleppers bracht BMW de R100RT Classic uit; BMW Classic noemt daarvoor 1994, Snowbum 1995–1996. In 1996 eindigde de productie van de R100RT. Zijn opvolger, de R1100RT, was toen net op de markt; BMW noemt voor de R1100RT een bouwperiode vanaf 1995.
Volgens de Duitse Wikipedia en Bimmerarchiv zijn er 18.015 twinshock-RT’s en 9.738 monolever-RT’s gebouwd.
Techniek
De R100RT heeft een luchtgekoelde tweecilinder boxer van 980 cc met stoterstangen en twee kleppen per cilinder. De aandrijving loopt via een koppeling en vijfversnellingsbak naar een cardanas. Standaard zit er een oliekoeler op. De topsnelheid is bij de twinshock 190 km/h en bij de monolever 185 km/h.
In de details veranderde het onderstel. In 1978 kwamen de snowflake-gietwielen, en rond 1978/79 een achterschijfrem. De voorrem kreeg in 1981 een Brembo-zadel met vaste klauw in plaats van het ATE-zwenkzadel. De ontsteking werd Hall-gestuurd rond 1980/81. Voor uitleg over twinshock, monolever en Paralever: zie de familiepagina.
Twee generaties: twinshock en monolever
Twinshock (1978–1984). Twee veerpoten achter, 70 pk bij 7.250 tpm. Dit is de originele RT, met de grotere kuip en alle toeruitrusting. Voor kopers gaat het om de periode 1981–1984: dat zijn volgens Snowbum de risicojaren voor de klepzittingen, en de R100 is daarvoor het gevoeligst. Met een controle op de koppen en een revisiebewijs kun je dat risico goed inschatten.
Monolever (1987–1996). Het achterwiel hangt aan één zijde aan een schommel met één veerpoot. Het vermogen is 60 pk bij 6.500 tpm. Dit is de langst gebouwde generatie (negen jaar), maar in kleinere aantallen dan de twinshock. De risicojaren voor de zittingen liggen achter hem, al zijn niet alle bronnen het erover eens dat de geharde zittingen het probleem helemaal oplossen. Een aandachtspunt is de eindaandrijving: Snowbum meldt dat enkele monolever-aandrijvingen uit 1983–1987 fout gemaakt waren. Voor de RT zijn de vroegste jaren (1987) dus het meest relevant.
De R100RT Classic is de laatste afscheidsvariant. Hij werd nooit officieel in de Verenigde Staten geleverd.
De R100RT vandaag: rijden, onderhoud en onderdelen
Als toermotor is de R100RT gemaakt voor lange dagen met bagage en passagier. De hogere, verstelbare ruit en de luchtopeningen zijn daarvoor ontworpen. Onderhoud draait om kleppen, ontsteking, remmen en het smeren van de spieën van de ingaande as.
Het diodebord krijgt het in een gekuipte R100 warm. De 800cc-modellen, zoals de R80RT, hadden volgens Snowbum minder last van de zittingproblemen. Wil je minder vermogen en minder risico, dan is de R80RT een alternatief; wil je een sportievere zithouding, dan is dat de R100RS.
Kopen: waar let je op?
Kies eerst de generatie en kijk daarna naar de koppen. Bij een twinshock uit 1981–1984 hoort een duidelijk antwoord op de vraag welke zittingen erin zitten. Bij een monolever let je op de speling van de eindaandrijving en op de eindaandrijvingsolie; Snowbum noemt GL5 80W90, ruim binnen 10.000 mijl (circa 16.000 km) te verversen.
Controleer de kuip, de ruit, het bagagerek en de koffersteunen op scheuren, slijtage en reparaties. Omdat motoren en onderstellen binnen de familie compatibel zijn, komen er ombouwen voor; controleer frame- en motornummer. Voor de actuele marktwaarde: zie het marktblok op deze pagina of de marktwaardepagina.
Herkenningspunten
- Grote kuip met hogere, verstelbare ruit en luchtopeningen om verse lucht achter de kuip te leiden
- Bagagerek achter het zadel en koffersteunen vanaf de fabriek
- Twinshock (1978–1984): 70 pk bij 7.250 tpm, topsnelheid 190 km/h
- Monolever (1987–1996): 60 pk bij 6.500 tpm, topsnelheid 185 km/h, enkelzijdige achterschommel
- Oliekoeler standaard vanaf 1978; de Amerikaanse markt kreeg de RT vanaf 1979
- Afscheidsmodel R100RT Classic, in 1994 of 1995–1996 gebouwd (bronnen verschillen)
Zwakke punten van de R100RT
- aandacht: hoogKlepzittingen bij loodvrije benzine (vooral 1981–1984)Gietijzeren zittingen van vóór 1980 slijten zonder lood. Het nieuwe materiaal van 1980/81 gaf vooral bij R100's problemen: de klep vervormt en zakt in de zitting. 1981 tot 1984 zijn de risicojaren voor de twinshock-RT. Eerste symptoom is een klepspeling die snel dichtloopt, vooral aan de uitlaatzijde. Bronnen zijn het niet eens over het omslagpunt naar geharde zittingen (eind 1984 of 1985). bron
- aandacht: middelDiodebord en warmte van de kuipHet diodebord faalt meestal door losgekomen soldeerverbindingen van de zes vermogensdiodes, vooral bij gekuipte modellen en R100's door de extra warmte. De spanning zakt flink weg zodra je het grootlicht aanzet. bron
- aandacht: middelRemcilinders en remzadelsVroege RT-modellen hadden onderdimensioneerde hoofdremcilinders. Tot ongeveer 1980 zitten er ATE-zwenkzadels op die juist afgesteld moeten zijn; vanaf 1981 Brembo-zadels met vaste klauw. Vastzittende zuigers door vochtige remvloeistof komen voor. bron
- aandacht: middelSnowflake-gietwielen (twinshock)Bij de eerste gietwielen van de grote modellen kwamen spaakbreuken aan het voorwiel voor. BMW verving ze door een versterkte uitvoering; volgens Snowbum betrof de actie alleen de 19-inch maat. Controleer op scheurtjes en vraag of het een versterkt wiel is. bron
- aandacht: middelEindaandrijving van de vroege monoleversVolgens Snowbum waren enkele monolever-eindaandrijvingen uit 1983–1987 niet goed gemaakt en vielen ze vroeg uit. Lagerslijtage is duurder te herstellen dan bij een twinshock. Test de speling aan het achterwiel; de fabrieksgrens is volgens Snowbum 0,020 inch aan de velg. bron
- aandacht: middelSpieën van de ingaande as en koppeling van 1981De spieën moeten periodiek gesmeerd worden; droog lopen geeft roest en slijtage. De eenmalige koppeling van modeljaar 1981 stond volgens Snowbum bekend als zwak. Vraag naar bewijs van onderhoud. bron
- aandacht: middelTimingketting en achterste krukaspakkingGeratel bij stationair toerental of metaalschilfers in het oliefilter wijzen op een versleten ketting of spanner. Olie bij de flens tussen motor en bak wijst op de achterste krukaspakking. bron
Checklist bij een bezichtiging
- Bepaal eerst de generatie: twinshock (twee veerpoten) of monolever (enkelzijdige schommel).
- Controleer frame- en motornummer en vergelijk ze met de papieren.
- Vraag wanneer de kleppen voor het laatst zijn gesteld en of de koppen zijn gereviseerd.
- Zet het grootlicht aan: de spanning mag niet wegzakken.
- Test de voorrem op gelijkmatige werking en vastzittende zuigers.
- Controleer de speling aan het achterwiel en luister naar de eindaandrijving (vooral monolever).
- Kijk of het voorwiel scheurtjes heeft (twinshock-gietwiel).
- Controleer ruit, kuip, bagagerek en koffersteunen op scheuren en bevestigingen.
- Kijk naar olie bij de flens tussen motorblok en versnellingsbak.
- Vraag naar het serviceboekje en naar bewijs dat de spieën van de ingaande as gesmeerd zijn.
Veelgestelde vragen
Wat is een BMW R100RT waard?
Dat hangt af van generatie, conditie, originaliteit en historie. Het live marktblok op deze pagina toont actuele advertenties in Nederland en Duitsland; zie ook de marktwaardepagina.
Wat is het verschil tussen de twinshock- en monolever-R100RT?
De twinshock (1978–1984) heeft 70 pk, twee veerpoten en een topsnelheid van 190 km/h. De monolever (1987–1996) heeft 60 pk, een enkelzijdige achterschommel en een topsnelheid van 185 km/h. De monolever kwam na de herlancering van de R100RS in 1986, met herziene 1000cc-motor en monolever-onderstel.
Wat is het verschil tussen de R100RT en de R100RS?
De RS is de sportieve uitvoering met een windtunnelkuip. De RT is de toerder: grotere kuip met een hogere, verstelbare ruit, bagagerek en koffersteunen. RS staat voor Reisesport, RT voor Reisetourer.
Wanneer is de R100RT Classic gebouwd?
BMW Classic noemt 1994 als jaar waarin deze afscheidsuitvoering werd gemaakt. Snowbum noemt 1995–1996 voor de Europese uitvoering, die nooit officieel in de Verenigde Staten werd geleverd.
Wat is het verschil tussen de R100RT en de R80RT?
De R80RT heeft een 800cc-motor met 50 pk. De twinshock-R80RT (1982–1984) is gebouwd in het frame van de R100RT. Volgens Snowbum hadden de 800cc-modellen minder last van zittingproblemen dan de R100.
Verwante modellen
Kopen of verkopen?
Wil je een R100RT verkopen of zoek je er een? De Boxerschuur volgt het aanbod in Nederland en Duitsland dagelijks.
Motor verkopen Laten zoeken